What’s in a name?

Ik ben eruit. Althans voor zolang het duurt. Wat ik tot nu toe onder de noemer contemplatie-metafoor probeerde te vatten, gaat voortaan intuïtie-metafoor heten. Dat betekent dat mijn leerbenadering drie hoofdstromen onderscheidt:

  • De acquisitie-metafoor: leren is het verwerven van (feiten-)kennis die door overdracht van informatie tot stand komt.
  • De participatie-metafoor: leren is het demonstreren van een competentie die door participatie in de praktijk verkregen wordt.
  • De intuïtie-metafoor: leren is het bewust worden van opkomende inzichten die door stilte en reflectie worden voortgebracht.

Er zijn andere aanduidingen denkbaar voor de intuïtie-metafoor zoals: transformatie-metafoor of wijsheid-metafoor. Ik heb gekozen voor intuïtie omdat het de connotatie heeft van een bepaalde soort kennis, opkomende inzichten die tevens persoonsgebonden zijn. Deze drie vormen van leren leveren dus ieder hun eigen vorm van persoonsgebonden kennis op: feitenkennis, bekwaamheid en wijsheid. Deze soort kennis zijn conceptueel te onderscheiden, maar in een persoon verweven met elkaar. Het onderscheid is functioneel. Het kan bijdragen aan het verbeteren van praktijken van onderwijzen en vormen van leren. Immers, ongeacht de metafoor van leren is er leraarschap aan de orde. Maar dat leraarschap neemt verschillende vormen aan.

Een andere reden voor het gebruik van intuïtie schuilt in het woord zelf. De Engelse vertaling van het woord bevat tuition hetgeen instructie van een leerling betekent. Intuïtie onderscheidt zich van instructie en verwijst naar een vorm van direct inzicht en begrip van iets of iemand. Als term komt intuïtie op in de zeventiende eeuw en verdringt de term ‘contemplatie’ dat sterk met de geloofsleer is verbonden. Evenals contemplatie, heeft intuïtie met beschouwen en een bepaalde vorm van zien te maken. In de oosterse tradities gaat het dan over meditatie. Intuïtie, contemplatie en meditatie dienen niet zweverig te worden opgevat. Het is een vorm van nauwkeurig volgen en onderzoeken van gedachten, beeldvorming en sensaties. Een schoolleider die ik kortgeleden interviewde voor de De Nieuw Meso beschouwt zijn dagelijkse meditatiepraktijk als een vorm van natuurkunde.

Lotusbloem2Een monnik vraagt aan zijn meester om iets waarop hij kan mediteren. Zeker, zegt zijn meester. Kijk naar de onreine gedachten die opkomen in je brein. Als je blijft kijken dan zul je uiteindelijk de waarheid zien.

De monnik bedankt zijn meester en geeft aan dat hij zijn best zal doen. Hij neemt een zithouding aan en er komen allerlei negatieve gedachten op zoals: gierigheid, trots en koppigheid. De stroom aan negativiteit wordt hem echter teveel en hij stopt met mediteren. Hij had zich nooit gerealiseerd dat zijn brein zo vol onreine gedachten zat en komt tot de conclusie dat hij het monnikschap niet waardig is.

Als de meester zijn leerling ziet aankomen, vraagt hij hoe de meditatie verloopt. De monnik vertelt dat hij zoveel jaloezie en boosheid ervoer dat hij zichzelf niet staat acht zijn brein in iets anders te transformeren.

De meester weet niet meteen wat te doen en stelt voor de buddha te bezoeken die toevallig in de buurt is. De buddha, scherpzinnig als altijd, vraagt aan de monnik of hij goudsmid was voor hij het gewaad van een monnik aannam. De ander is verrast, maar antwoordt bevestigend. De buddha neemt vervolgens de meester apart en legt hem uit dat de monnik lange tijd met goud, een uiterst puur metaal, heeft gewerkt en mooie voorwerpen maakte. Door dat ambacht kan hij eigenlijk alleen maar naar mooie dingen kijken. De meester dient voor de monnik een aantrekkelijker voorwerp te vinden om op te mediteren. De meester keert terug naar de monnik die bij een vijver heeft plaatsgenomen. Hij vraagt de monnik te kijken naar de lotusbloem die op het water drijft.

De monnik roept daarop uit: “moet ik niet mediteren dan?” “Dit is je meditatie,” zegt de meester.

De monnik is verrast. Niettemin, hij zegt tot zichzelf dat hij de woorden van de buddha, het wezen van compassie, beter maar kan volgen. Ook de plek was mooi en het hele idee was aangenaam. Hij staarde naar de lotusbloem.

Later op de dag ziet hij de lotus opengaan en hij denkt bij zichzelf dat hij zijn leven lang zou kunnen contempleren over zo’n mooie bloem. In de avond echter, verslappen de bloembladen en de een na de ander valt eraf. De monnik voelt zich enigszins bedrogen en is verrast dat schoonheid zo snel vergaat. Verder reflecterend, denkt hij bij zichzelf dat als de lotusbloem niet behouden blijft, misschien dat de onreine gedachten in zijn brein ook kunnen verdwijnen, zelfs sneller. Hij besluit zijn negatieve gedachten opnieuw te observeren, zonder zich er opnieuw door te laten verontrusten. Hij contempleert over zijn boosheid, frustratie en ongeduld; maar besluit kalm te blijven. Hij ziet de negatieve gedachten wegdrijven en hij komt tot het inzicht dat alles vluchtig is, niets blijft voor altijd. Door het ontdekken van de eindigheid van de dingen, ziet hij ineens dat zijn brein kan fungeren als het goud wat hij eertijds bewerkte. Hij groet de bloem die hem deze waarheid openbaarde en dankt de buddha voor zijn wijsheid.

, , ,

One Response to What’s in a name?

  1. Maarten 16 oktober 2015 at 17:33 #

    Tjonge, wat een mooi onderscheid in die drie leerbenaderingen. Voor mij heel inzichtelijk. Is er nog wat te zeggen over in welke situaties een bepaalde hoofdstroom de voorkeur heeft? Hangt het af van het soort leerresultaat, of van de persoon die leert?

Geef een reactie