Sta op en ga

In Sta op en ga brengt Hans Korteweg het verhaal van Jona en de walvis naar deze tijd. Het boek bewandelt eigenlijk verschillende paden vanuit dat oorspronkelijk korte Bijbelverhaal. Het is alsof je door het grote leerlandschap van het menselijk bestaan loopt. Op het eind gaat Korteweg in op verslavingen en daarin trof mij de volgende zin: “verslaving is een bijverschijnsel van de identificatie met het Tsimtsoem-bestaan.”

StaOpEnGaTsimtsoem is een begrip uit de kabbala en betekent goddelijke samentrekking. God trekt zich terug naar de achtergrond en maakt daarmee plaats voor de vrije wil van de mens. In die vrijheid heeft de mens oneindig veel mogelijkheden en raakt gemakkelijk verwikkeld in het bestaan zoals zich dat van dag tot dag voltrekt: het Tsimtsoem-bestaan. Dat kan ik volgen. Mij trof vooral de notie van identificatie ermee.

Recentelijk hertaalde ik de eerste 27 sutra’s van het tweede boek van Patanjali: een praktische weg om allerlei denk- en gedragspatronen aan te pakken. Daarin speelt de notie van identificatie een belangrijke rol. Het lijden van het menselijk bestaan vindt haar oorzaak in de vijf conditioneringen (onwetendheid, ego, gehechtheid, afkeer en angst). De verslaving waar Korteweg over spreekt is te beschouwen als een conditionering. Dit is geen zwakte. Korteweg stelt dat de verslaving een algemeen-menselijk-probleem is. We hebben er allemaal mee te maken, alleen springen sommige verslavingen meer in het oog dan andere. Maar zelfs de wijze is gehecht aan het leven en heeft daardoor een angst voor de dood. Het lijden is een gegeven, maar stelt de auteur van de sutra hoopgevend, het toekomstig lijden kan worden voorkomen. En daar komt ie: daarvoor is het nodig de identificatie met het eigen bestaan te transformeren.

De yoga-sutra stelt dat met elk mens een achtergrondbewustzijn meekomt. Het kleeft aan ons individueel bestaan en is vergelijkbaar met die goddelijke samentrekking (Tsimtsoem). Door het lichamelijk bestaan is dat achtergrondbewustzijn verbonden met het brein. Dat valt niet te vermijden, het brein stuurt ons denken en voelen. Maar we zijn niet ons brein. Het is niet door extreme pijniging van het lichaam of geforceerd intomen van de activiteiten van het brein, dat je dat achtergrondbewustzijn bevrijd. De bevrijding vindt plaats door de wortel van de vereenzelviging aan te pakken. Een belangrijk commentator vergelijkt het met een doorn in de voet. Die kan worden verwijderd. Beter is het niet in de doorn te trappen. In zekere zin betekent dat bewegingsloos te worden. Want beweging brengt je in de kringloop van verlangen en afkeer. Dat weet iedereen uit ervaring, want het bijverschijnsel van de identificatie is verslaving, zo stelt Korteweg.

Hierover verder praten is lastig, poëzie biedt dan uitkomst. Het is taal, maar met die taal komt iets anders mee, een besef. Daarom het volgende gedicht van Miguel Hernandez (vertaling Robert Bly).

I Have Plenty of Heart

Today I am, I don’t know how,
today all I am ready for is suffering,
today I have no friends,
today the only things I have is the desire
to rip out my heart by the roots
and stick it underneath a shoe.

Today that dry thorn is growing strong again,
today is the day of crying in my kingdom,
depression unloads in my chest
a depressed heavy metal.

Today my destiny is too much for me
And I’m looking for death down by my hands,
looking at knives with affection,
and I remember that friendly ax,
and all I think about is the tallest steeples
and making a fatal leap serenely.

If it weren’t for . . . I don’t know what,
my heart would write a suicide note,
a note I carry hidden there,

I would make an inkwell out of my heart,
a fountain of syllables, and good-byes and gifts,
and you stay here I’d say to the world.

I was born under a rotten star.
My grief is that I only have one grief
and it weighs more than all the joys together.

A love affair has left me with my arms hanging down
and I can’t lift them anymore.
Don’t you see how disillusioned my mouth is?
How unsatisfied my eyes are?

The more I look inward the more I mourn!
Cut off this pain?—who has the scissors?

Yesterday, tomorrow, today
suffering for everything,
my heart is a sad goldfish bowl,
a pen of dying nightingales.

I have plenty of heart.

Today to rip out my heart,
I who have a bigger heart than anyone,

 

, , ,

No comments yet.

Geef een reactie