Over Afrika: Soyinka, Dumas en Kensmil

Mijn laatste museumbezoek van dit jaar overrompelde me totaal. Het kwam zeker niet door mijn lage verwachtingen, de vele andere bezoekers of de beperkte tijd. Ik had me even losgemaakt uit het gezelschap van vrienden. Toen ze wilden gaan shoppen, greep ik mijn kans en dook het Stedelijk in. Het was er druk en de lucht rook muf, maar de kracht die van de werken van Dumas afstraalde maakte alles goed. Ik wist niet wat ik zag. Voor het eerst stoorde de drommen mensen me niet. Ze waren onderdeel van het werk. De mensen op het papier of levend in de zaal, het was één energetisch gebeuren. De tentoonstelling ‘The Image as Burden’, komt akelig dicht bij het leven. Het menselijk drama was overal voelbaar.

The Widow 2013

The Widow 2013

Ik googlede ‘Marlene Dumas’ en mij viel op dat er steevast wordt vermeld dat ze weliswaar in Zuid-Afrika is geboren, maar als een Nederlandse kunstenares wordt gezien. Wat een onzin. Ook al zou ze zijn genaturaliseerd, die eerste twintig jaar op het meest zinderend continent zitten in haar DNA. Vorig jaar schreef Dumas een bijdrage in ‘Crying light’ van Natasja Kensmil. Dumas schrijft over haar: “Natasja paints silence with noisy scenes.” Keshnil is geboren in Nederland, maar bij haar wordt dan steevast haar ‘Surinaamse afkomst’ vermeld. Suriname behoort tot dat meest zinderende continent dat Afrika heet, ook al ligt Suriname in Zuid-Amerika (ooit verbonden met Afrika). Wij moeten ons beeld van Afrika grondig aanpassen. Wilt uw weten waar Afrika voor staat, kijk naar de werken van Dumas en Kensmil.

In mijn studententijd was ik lid van een toekomstcollectief. Een van de andere leden, hij werd later strateeg bij een grote gemeente, zei eens dat we ons met Afrika niet meer hoefden bezig te houden. Het was een verloren continent. Ik was het toen niet met hem eens en dat ben ik nog steeds niet. Ik denk zelfs dat een dergelijk manier van praten over zo’n groot en rijk geschakeerd continent een teken is van een diepgeworteld superioriteitsgevoel. Soyinka spreekt in zijn voorwoord bij Of Africa van een deeply embraced credo en ideological coterie, een xenofoob en racistisch gedachtegoed dat veel breder verspreid is dan we denken. Het heeft veel weg van antisemitisme. Het blijft normaal gezien onder de oppervlakte, maar het komt tot een uitbarsting als zich de gelegenheid voordoet. Zoals bij een diner waaraan ook Soyinka deelnam. Een tafelgenoot zegt het volgende:

Africans you must admit, are inherently inferior. You must be, or other races would not have enslaved you for centuries. Your enslavers saw you for what you were, so you cannot blame them.

Je gelooft het niet. Andere tafelgenoten deden er het zwijgen toe en Soyinka verwisselde van plaats zonder een woord te spreken. Degene die bovenstaande woorden uitsprak verliet kort daarna het gebeuren, onaangekondigd. Ik vermoed dat degene het gesprokene niet eens als haat of racisme herkende. Deze haat is al te menselijk. En het is die haat die Afrika weerhoudt van het spelen van haar rol in de wereld.

Of_AfricaWat is het geschenk dat Afrika aan de wereld te bieden heeft? Wat zijn de talenten van Afrika? Ik vroeg het aan vrienden die vaker dit enorme continent bezochten. Het eerste wat bij hen opkwam was: emotionaliteit. Doorvragend kwam ik erachter dat daarmee een volle manier van leven werd bedoeld. Met z’n allen voluit kunnen lachen in een bus, of huilen om verlies. Vreugde en verlies zijn van de gemeenschap en worden samen beleefd. Hoe zou de wereld eruit zien als Afrika een gelijkwaardiger rol had meegespeeld in de vormgeving ervan? De voorjaarswinden uit het zuiden brengen ons jaarlijks de eerste warmte. De natuur krijgt nieuw leven ingeblazen. De zindering van Afrika valt ons elk jaar opnieuw ten deel. Gelukkig maar.

De slavernij is misschien wel de meest wrede uitwas van de ‘weg van de cultuur’*; van de idee dat wij het leven in regels en systemen kunnen bepalen. Maar een teveel aan regels en vooral verkeerde regels brengen vooral een schijnwereld voort met bijpassend gedrag dat soms desastreus uitpakt. Het opnieuw betekenis geven aan Afrika begint bij het onderkennen dat haar bijdrage -net als de westerse wetenschap of de Indiase meditatietechnieken- al over de hele wereld is verspreid. De kern van haar talent valt moeilijk in één woord samen te vatten. Ritme komt een aardig eind in de richting, maar dan missen we begrippen als: gemeenschap, helend, zinderend. Het leven laat zich niet bedwingen. Dat is Afrika. Afrika staat voor echtheid en directheid. Die echtheid en directheid dringen zich altijd weer op, meestal beginnend in de donkere krochten van de ziel. Afrika is onze droomwereld die gelukkig telkens weer doorbreekt in het dagelijks leven. Afrika werkt bezielend. Afrika maakt onsterfelijk.

* de notie van de ‘weg van de cultuur’ nam ik over van Jaap Voigt. Hij licht die aanduiding op verschillende manieren toe in zijn vertaling en bespreking van de Dao De Jing van Lao Zi

, , , ,

One Response to Over Afrika: Soyinka, Dumas en Kensmil

  1. Maarten 1 januari 2015 at 15:26 #

    Raymond van het Groenewoud zong ook al over de schat van Afrika, in de Liefde voor Muziek:
    En geef me vuur
    En geef me vuur
    Nee, geen lucifer natuurlijk, maar passie elk uur

Geef een reactie