Naar een non-culturele samenleving

Waar ging het mis met de multiculturele samenleving? Het probleem ermee is misschien dat het niet goed is om een dergelijke samenleving na te streven. De kern van de multiculturele samenleving ligt in het streven verschillende groepen met behoud van hun culturele identiteit naast elkaar te laten samenleven. Op zichzelf kan dat leiden tot allerlei spanningen en sociale ongelijkheid. Laatst sprak ik kort met Paul van Tongeren, een filosoof die onder meer bekend is vanwege de deugdenethiek. De deugden zijn niet op zichzelf goed, maar verkrijgen dat goede door de morele inhoud. Wij waarderen wel de geduldige kleuterjuf omdat ze onze kinderen helpt zich te ontwikkelen, maar niet de geduldige zakkenroller die zijn kans rustig afwacht. De multiculturele samenleving belooft aan iedereen een plaats in gemeenschap met een grote verscheidenheid aan tradities en opvattingen.

Nelson Mandela geeft in een gesprek met Richard Stengel aan dat ze (de vrijheidsstrijders) nooit een multiraciale samenleving zouden hebben geaccepteerd. “Onze eis was een non-raciale samenleving, omdat als je het hebt over multiraciaal, je de rassen benadrukt; je zegt dat er in dit land zoveel rassen zijn. Dat is in zekere zin het handhaven van het concept ‘ras’, en wij zeiden liever dat we een non-raciale samenleving wilde…” Het begrip ras komt uit de biologie, en cultuur is een antropologische/sociologische term. De definities verschillen vanwege het perspectief dat wordt ingenomen. Bij ras gaat het om bepaalde kenmerken die een groep mensen delen. Bij cultuur gaat het om een gemeenschappelijk stelsel van gebruiken en opvattingen die een groep door de tijd heen heeft ontwikkeld en delen. Als je uitgaat van gelijkheid der rassen, wil je in de samenleving op geen enkele manier die onderscheidende kenmerken (bijvoorbeeld huiskleur) benadrukken om daarmee het risico te verkleinen dat het ene ras privileges verkrijgt boven het andere. In een non-culturele samenleving dienen de onderscheidende gebruiken van groepen ondergeschikt te zijn aan het mondiale toekomstbeeld: de gelijkheid van alle mensen.

In ‘Lente en Herfst’ van Confucius spreekt over drie stadia. Het eerste stadium is dat van de wanorde, het tweede stadium dat van de vooruitgaande vrede en rechtsgelijkheid. Het derde stadium is dat van de uiterste vrede en de ‘grote gelijkheid’ (uitgave H. Borel):

„Als het principe der Grote Gelijkheid regeert, wordt de gehele wereld één republiek. Men kiest mensen van talent, deugd en kunde, deze spreken over ernstige overeenkomst en samenwerking, en bevorderen algemene wereldvrede. De mensen beschouwen hun ouders niet enkel meer als hun eigen ouders of hun kinderen als hun eigen kinderen. Er wordt een praktische voorziening getroffen voor ouden van dagen tot aan hun dood, werkverschaffing voor de middelbare leeftijd en opvoeding voor de jeugd. De weduwnaars, weduwen en wezen, kinderloze oude mensen, en zij, die door ziekte niet meer in staat zijn te werken, worden allen behoorlijk onderhouden. ledere man heeft zijn rechten en de individualiteit van iedere vrouw is gewaarborgd. De mensen produceren goederen en weelde, omdat zij niet willen, dat die verwaarloosd zullen worden, maar niet voor hun eigen voordeel. Op die manier worden zelfzuchtige plannen onderdrukt, of kunnen zij niet opkomen. Rovers, inbrekers en moordenaars bestaan niet. Vandaar dat de huisdeuren open kunnen blijven en niet gesloten worden. Dat is, wat ik het stadium noem van de Grote Gelijkheid.”

Het non-culturele perspectief op de samenleving is er een van alomtegenwoordige beschaving. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen de eigen (hoogstaande) cultuur en andere (barbaarse) volkeren. Nodig is een open en waarderende houding en niet het vooropstellen van het eigen belang.

Dit vraagt natuurlijk een bepaalde opvoeding en daar dachten de taoïsten eeuwen geleden al over na. In Zhuang Zi (uitgave K. Schipper) lezen we over de mens zonder ‘ik’.

“Wat de grote mens ons leert is als de schaduw met betrekking tot de vorm, als de echo met betrekking tot de stem. Vraag en u krijgt antwoord. Met zijn diepste gevoel begeleidt hij de noden van de hele wereld. Hij verblijft zonder echo op te wekken. Hij gaat zonder richting te kiezen. Hij leidt u weg uit de steeds heen en weergaande rusteloze kringloop, om met u te gaan zwerven in het oneindige. Hij komt en gaat zonder hindernissen, als de zon vernieuwt hij zich dag na dag, zijn voorkomen en zijn lichaam zijn in volkomen harmonie met de grote gelijkheid. In de grote gelijkheid is er geen ‘ik’; zonder ‘ik’, hoe kan men zoiets wat men ‘zijn’ noemt zijn? Hij die het ‘zijn’ aanschouwt is de heer van voorheen. Hij die het ‘niet-zijn’ aanschouwt is de vriend van hemel en aarde.”

Bovenstaande gedachten en citaten, brachten me tot mijn pleidooi voor de non-culturele samenleving waarin we gebruik maken van uiteenlopende culturele verworvenheden los van het volk waarmee ze historisch verbonden zijn. Niet om die volkeren te ondermijnen, eerder om ze te waarderen voor de geschenken die ze aan de mensheid hebben overgeleverd. Maar het is nu zaak die culturele inhoud, de wijsheden van alle volkeren, over te dragen aan de jongere generaties uit alle windstreken opdat ze worden toegerust voor het bouwen aan een duurzame toekomst richting de grote gelijkheid. Dan pas wordt de wijsheid een groot goed.

, , , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie