Monotheïsme

Thuis ligt een boek van Marc de Kesel op mij te wachten. Het bevat essays over monotheïsme met de intrigerende titel: Goden breken. Als aanloop tot dat boek beluisterde ik een interview met de schrijver door Jean-Pierre Rondas. De grondgedachte van het boek is dat het monotheïsme een kritische houding vraagt tegenover elke naïef beeld van god, religie in het algemeen of hetgeen voor goddelijk doorgaat. Monotheïsme gaat meer over ontgoddelijking dan over het geloof in die ene god. Over die ene god kunnen wij weliswaar beelden vormen, maar die beelden zijn eerder te wantrouwen dan te vertrouwen. De Kesel legt daarmee de nadruk op het niet-weten.

Het monotheïsme is het geschenk van het Midden-Oosten aan de wereld*. Het is een paradoxaal geschenk want de bedoeling van het monotheïsme is niet om ons tot geloof aan te zetten, maar om de natuurlijke tendens om goden te maken te doorbreken. Dit verklaart de titel van het boek en moet gezien worden als persiflage op een uitspraak van Henri Bergson: religie is een machine om goden te maken. Bergson zag dat religie vaak als een gesloten systeem wordt gezien, een systeem dat zekerheden geeft. Indien we religie meer als open systeem of bron zouden beschouwen, dan wordt zij toekomstgericht en is alle creativiteit nodig om die toekomst vorm te geven. Verbeeldingskracht (goden maken) is voor Bergson een positief vermogen.

In het monotheïsme staat niet het geloof, maar de geloofskritiek centraal. Niet wat wij denken is god, maar god is god. Het monotheïsme is in de oudheid ontstaan in een sfeer van natuurlijke religiositeit waarin de oorspronkelijke goden als vals gezien worden en worden verworpen ten gunste van die ene, ware god. De introductie van de waarheid in de religie markeert het ontstaan van het monotheïsme: Ik ben die ben. Het ‘breken van goden’ beschouwt De Kesel als de kern van het monotheïsme.

Die kritische houding ten aanzien van afgoden is ook terug te vinden in de bekommernis van Mohammed rond de afgodendienst in zijn tijd. Uitgaande van het monotheïsme als ‘het breken van goden’ is er een overeenkomst van ontgoddelijking te ontwaren in de drie monotheïstisch religies: Jodendom, Christendom en Islam…ten gunste van die ene god die wij niet kunnen verbeelden, waarover wij niets kunnen mededelen, maar waarvan wij een opdracht tot rechtvaardigheid ontvangen. Nadat de waarheid in de religie is geïntroduceerd, komt de rechtvaardigheid op, het recht doen aan de rechteloze.

Kritisch denken is niet de andere kant van religie. Rationaliteit staat niet tegenover religiositeit. Het monotheïsme is een religieus-kritische cultuur van ontgoddelijking, met een inhoud van verlangen, gericht op de toekomst en de komende wereld. Zo beschouwd geeft De Kesel een invulling van de Bijbels-Islamitische code die niet tegenover de wereld staat, maar middenin de wereld. Haar bijdrage is om kritisch te volgen wat onze verbeelding voortbrengt en te blijven luisteren naar die stem die zegt Ik ben die ik ben.

* eerder haalde ik een uitspraak aan van Krishnmacharya waarin hij yoga ziet als het geschenk van India aan de wereld. Het interview met De Kesel riep bij mij de gedachte op dat het Midden-Oosten ook een prachtig geschenk heeft voortgebracht, namelijk het monotheïsme.

, , ,

No comments yet.

Geef een reactie