Existentiële noodzaak tot leren

Dit is de honderdste blog op deze site. Een mooi moment om het over een andere boeg te gooien. De afgelopen periode heb ik een aantal mensen gevraagd om mee te bloggen over mondiaal leren. De primeur is voor Naud van der Ven met een bijdrage die eerder verscheen onder de titel ‘Leren en tikoen olam’ (leren en het verbeteren van de wereld). Wat heeft de Talmoed met het world-wide-web gemeen?

Tsvi Vinig sprak in een Crescas-lezing over de grote bijdrage van Joden aan spraakmakende multinationals zoals Shell, Unilever en Facebook. Een interessant onderwerp, maar het gevaar van een ronkend verhaal ligt daarbij op de loer, en daar wist hij niet helemaal aan te ontkomen.

Vinig voerde het succes van die Joodse bijdrage aan het bedrijfsleven onder andere terug op de traditionele aandacht voor leren en innovatie in de traditie van Tora en Talmoed. Die aandacht zou in geseculariseerde vorm terug te vinden zijn bij Joden in het bedrijfsleven. De neiging tot permanent leren in de Joodse traditie speelt hier volgens Vinig dus een grote rol.

Ik denk dat hij daar wel gelijk in heeft. Maar niet zomaar ongekwalificeerd en niet in de zin waarin hij er zelf over vertelde. Vinig was niet zo ingevoerd in het (ultra-)orthodoxe milieu, vertelde hij, maar een neef van hem was daarin terecht gekomen, en van hem had Vinig gehoord dat het daar op prijs gesteld wordt als je veel leert, maar ook als je zelf een nieuwe uitleg of redenering kunt toevoegen.

Toen vroeg ik me af: noem ik dat wel echt leren? Het tot in de finesses uitbouwen van een in zichzelf besloten logisch bouwwerk spreekt me eigenlijk niet zo aan. Misschien moet je het wel leren noemen, maar dan niet het leren dat in open uitwisseling met de omringende wereld staat en daarmee toekomst creëert.

Ik kan me wel vinden in wat Arnold Cornelis als onmisbaar beschouwt in het leren, namelijk dat er een tijdsdimensie in zit. Om bij de tijd te zijn kan leren dus ook niet anders gedacht worden dan als emancipatorisch en communicatief. Want het is gericht op verbetering van wat je in jouw tijd aantreft. Het verbeteren van de wereld -tikoen olam- speelt in de Joodse traditie een belangrijke rol.

Die gedachte trof ik ook aan bij moderne managementdenkers. Bijvoorbeeld bij Peter Senge als die zegt dat wij mensen dankzij ons world-wide-web nog nooit onderling zo verbonden zijn geweest als nu. En dat tegelijkertijd het vermogen om hier verantwoordelijk mee om te gaan volstrekt tekort schiet. Willen we dat in goede banen leiden, zegt Senge, dan vereist dat heel veel en snel leren, vooral over hoe gedachtes worden gevormd en hoe dialogen plaatsvinden. Daarmee wordt leren eigenlijk tot een existentiële noodzaak.

De existentiële noodzaak tot leren moet er wel in zitten, wil er wat mij betreft van leren sprake zijn. Ik denk dat in de vormende jaren van de rabbijnse traditie daarvan sprake was. Er stond iets op het spel voor de rabbijnen: hoe kon de houvast gevende goddelijke inspiratie verbonden worden met het fysieke, economische voortbestaan als Joods volk op deze wereld? Daarvoor werd voorbeeldig geleerd en de Misja en Talmoed tonen ons hoe dat in het werk ging.

Ik ben geneigd om het tot in irrelevante details – hoe creatief ook – uitbouwen en conserveren van een naar binnen gericht denksysteem niet te rekenen tot het leren dat van existentieel belang is. Als ik de wens heb om meer Talmoed te lezen is dat niet vanwege de relevantie van de inhoud voor onze tijd. Maar ik vermoed dat de indringende leerervaringen van de rabbijnen destijds op het vlak liggen waar ook voor ons nu sprake is van existentiële noodzaak, namelijk dat van de onderlinge dialogen en intensieve communicatie. Hoe verloopt menselijke interactie en hoe kunnen we die verbeteren?

Lees meer van Naud van der Ven op http://naudvanderven.blogspot.nl. Over de onderwerpen waarover hij schrijft is hij te benaderen via aj.vdven@xs4all.nl

, , , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie