Dood in Venetië: een verlangen naar ontwikkeling

In de voorstelling ‘Dood in Venetië’ zien we Thomas Mann al schrijvende aan het werk. De voorstelling ontstaat ter plekke uit de geest van Tommy zoals zijn vrouw Katja hem liefkozend noemt. Wat we zien is een mooi voorbeeld van wat in mijn vakgebied met ‘emergent activity’ (Carvalho & Goodyear) wordt aangeduid. De voorstelling ontstaat doordat Mann op verschillende fronten sleutelt aan het verhaal dat hij laat beginnen met een zekere Von Aschenbach, een man woonachtig in München en voor vakantie naar Venetië afreist. We krijgen een inkijkje in het ambachtelijke schrijverschap van Mann, wat het schrijven van dit verhaal met hemzelf doet en de spanning die dat met zich meebrengt in zijn huwelijk. Dat alles hebben verschillende recensenten gemist volgens mij. De voorstelling kreeg zeer wisselende kritieken. In jaren heb ik echter geen voorstelling gezien die me zo ontroerd achterliet.
Huiswaarts kerend vroeg ik me af wat we zo trof. Een aantal met elkaar samenhangende zaken spelen daarin een rol. Dat het schrijven van een verhaal zo veeleisend kan zijn. Dat er afwegingen gemaakt dienen te worden, keuzes die zich opdringen, iemand niet loslaten. Dat het verhaal inhoudelijk problematisch is, aversie kan oproepen. Het is een tragisch verhaal, maar tegelijk ongelofelijk opwindend en bevrijdend. Ook was ik opgelucht dat eindelijk een non-postmoderne bewerking te zien was van een boek dat meer dan honderd jaar geleden voor het eerst verscheen. Het paste ook helemaal in Carré, met poëtische allure. Liefde overwint alles. Misschien moet je daarin willen of durven te geloven. Als laatste waar nog in te geloven valt.
Op de heenweg naar Amsterdam vertelde een collega over haar leerlingen. Ze konden ergens nog meekomen met het idee dat ijsberen wit waren geworden door natuurlijke selectie. Maar nee, de lange nekken van giraffen die waren toch echt al geschapen in den beginne. In de koran staat immers, in navolging van de bijbel, dat god de wereld in zeven dagen heeft geschapen. Ik vroeg nog of ze niet in twee systemen naast elkaar konden denken: bijbels en de evolutieleer? Dat lijkt vooralsnog niet mogelijk. Een leerling had er zelfs aan toegevoegd dat dat is waarom we erin geloven. Het is zo duidelijk: zeven dagen en elke dag heeft vierentwintig uur. Luttele uren later bedenk ik me hoeveel inspanning en moed het van deze jongeren zal vergen om een omwenteling door te maken zoals Von Aschenbach.
Terug naar de ‘emergent activity’, want dat kwam bij mij toch vooral bovendrijven en waardoor ik bleef zitten in loge 3 tot de zaal bijna leeg was. Ik had voor mijn ogen gezien hoe een schrijver aan zijn personages en situaties werkt opdat het gebeuren een echt verhaal wordt. Een verhaal dat er toe doet, waar ontwikkeling in zit en waar een lezer of kijker zich mee kan verbinden op eindeloos veel manieren. Gaande het spel zien we een verhaallijn oprijzen uit het ogenschijnlijke, alledaagse niets. Dat is wat we emergentie noemen. Het nieuwe komt uit het vorige voort, maar vertoont geheel nieuwe kenmerken. In dit verhaal zijn ‘ontwerpkeuzes’ van een vakman te zien die telkens geleid en gestuurd worden door schoonheid. Schoonheid in de klassieke betekenis van eros: een onstuitbaar verlangen naar schoonheid. Literatuur is voor mij al langer een spiegel voor hoe het onderwijs eruit kan zien, maar deze bewerking laat zien dat dit ook opgaat voor het beroepsonderwijs en hybride leeromgevingen. Het kan allemaal nog veel risicovoller en mooier en waardegedrevener. De tekstbewerking van Ramsey Nasr laat zien waartoe een prachtig risico (Biesta) kan leiden: een verlangen naar ontwikkeling.
(En dan heb ik het nog niet gehad over de muziek, prachtig uitgevoerd door musici van het Koninklijk Concertgebouworkest en de zangpartijen door countertenor Yuriy Mynenko.)

, , ,

No comments yet.

Geef een reactie