Een vleugje paradijs: me-we-them

Op een conferentie in Berlijn over het vormgeven van ‘leerwegen’ spreekt David Coghlan, emeritus hoogleraar van Trinity College Dublin. Het onderwerp is action research, maar hij noemt het the scholarship of practice. Zelden heb ik iemand een lezing horen geven die gecondenseerd was, maar niet zwaar, met veel nuances en subtiliteiten, maar niet zweverig. In zijn lezing bouwde hij gestaag aan het beeld van de scholar practioner. Iemand die niet louter reflecteert, maar die reflecties deelt met anderen (lernt) en bovendien andere geïnteresseerden tracht te bereiken door te schrijven. Na thuiskomst in mijn tijdelijk verblijf op Prenzlauerberg hoorde ik dat Eli Whitlau op 4 december 2013 is overleden.

Het opgeroepen beeld van de scholar practioner past volledig bij Whitlau. Hij studeerde actief in de zin van dat hij zelf nieuwe verbindingen legde tussen allerlei bronnen en commentaren. In leerhuizen en alledaagse gesprekken bracht hij steevast iets in over wat hij recent gelezen of bedacht had. Maar bovenal schreef hij vlot over uiteenlopende onderwerpen. Na diverse boeken en publicaties, kreeg hij de kans een nieuwe tijdschrift te beginnen en schiep Tenachon. Coghlan introduceerde de reeks me-we-them als kenmerkend voor de scholar practitioner. Whitlau studeerde bewust (me), trad in interactie met de kring van mensen om hem heen (we), en realiseerde zich dat er op verdere afstand steeds mensen zijn die geïnteresseerd zijn in joodse wijsheid (them). Me-we-them: de scholarship of practice is een vorm van uitbreidend leren.

In mijn studietijd maakte ik kennis met Whitlau. Ik weet niet meer precies hoe het zo kwam, maar ik bezocht hem regelmatig in Laren om een stuk uit de joodse wijsheidsliteratuur te bestuderen. Hij was een geduldige leermeester want ik was een langzame leerling. Ik heb niet zo’n taalgevoel en het verwerven van kennis van oude talen is niet aan mij besteed. Dat maakt het bestuderen van bronnen lastig. Maar de waarde en de kracht van leren is door die gesprekken enorm gestimuleerd en ik heb van het vormgeven van leerwegen mijn vak van gemaakt en noem dat leerarchitectuur. Voor leren zijn de sfeer en het vertrouwen wezenlijke condities. Dus voordat ik de Snoeck verliet werd er steevast geluncht en een volgende afspraak gemaakt. In al die jaren nadien is het contact behouden gebleven en kwamen mijn vrouw en ik geregeld op bezoek.

Hier in Berlijn heb ik niet de vertrouwde boeken om me heen. Ik herinner me dat Whitlau een narratief patroon ontdekte in het vergelijken van chassidische vertellingen met de parabels van Jezus. Het zogenaamde ethisch kwadraat verklaart waarom dergelijke verhalen zoveel verschillende mensen aanspreken. Het zijn dynamische leerverhalen omdat ze zowel de geleerde op bijvoorbeeld het gevaar van superieur denken wijst, als de eigenwijze persoon prikkelt die denkt het allemaal wel te weten. Leerverhalen doen een appèl op iemand in het hier en nu. Men is nooit uitgeleerd. Wie niet uit alles leren wil, wil in het geheel niks leren.

De dynamiek van het leren stelt ontwerpers van leertrajecten voor de uitdaging om levende structuren voort te brengen. Dat begint met aandacht en oplettendheid voor wat er in het hier en nu gebeurt. De scholar practitioner produceert nieuwe kennis met anderen. Het is een vorm van permanent leren en het kenmerkt de joodse traditie door de eeuwen heen. Whitlau heeft zich met die traditie weten te verbinden en het doorgegeven vanuit een diep besef dat wij lijden aan een leertekort. Hij leerde zelf, hij leerde met anderen en zette aan tot leren op afstand door zijn vele artikelen en boeken. Op die manier leren schept veel vreugde en doet ons af en toe zelfs omhoog vliegen.

, , ,

No comments yet.

Geef een reactie