Contemplatie-metafoor: vanuit de Yijing

Een verdere verkenning van de contemplatie-metafoor vanuit mondiaal leerperspectief heeft even op zich laten wachten. Hoe kijkt men tegen wijsheid aan in China, India of Afrika? Meer specifiek probeer ik vanuit wijsheidsliteratuur een bepaalde manier van kijken te illustreren. Het expliciteren van die manier van kijken geeft een eerste invulling aan de contemplatie-metafoor. Na een aantal verkenningen liggen er, als het goed is, stukjes van de spreekwoordelijke puzzel op tafel. Vervolgens probeer ik dan het model van de contemplatie-metafoor een interculturele invulling te geven. Ik start met China en neem de Yijing (boek der verandering) als bron.

Er zijn twee hexagrammen die er meteen uitspringen wat betreft de contemplatie-metafoor: hexagram 20 (Kouan; het schouwen) en hexagram 52 (Ken; het stilhouden). Ze springen eruit omdat in de oorspronkelijke pictogrammen van de beide hexagrammen een groot oog voorkomt. Beide hexagrammen gaan over manieren van kijken of zien. De volgorde van de hexagrammen in de Yijing is niet lineair in de zin dat de situaties die ze beschrijven chronologisch op elkaar volgen. We introduceren daarom kort enkele kerngedachten bij het stilhouden (52) om vervolgens naar het schouwen (20) over te gaan en dan weer terug naar het stilhouden.

Hexagram 52

Hexagram 52

Het pictogram bij hexagram 52 verbeeldt een mens die vooruit kijkt met een immens oog. Dat duidt op: vastberadenheid en echtheid. De sterke en rechtschapen mens verkeert bij of in zichzelf. Huang vertaalt het als zich stilhouden. In alle commentaren wordt  gewezen op de praktijken van stilhouden of stil zitten als vorm van meditatie. Daarbij zijn volgens Boering de Chinezen nooit heel streng geweest. Iedere manier waarin je je werkelijk stilhoudt, dat kan ook in de vorm van ontspannen liggen, is goed om contact te krijgen met je ‘innerlijke stem’. Dit hexagram waarschuwt tegen het te vroeg of te snel in beweging komen. Er spreekt waardering uit voor ontspanning, rust en zich terugtrekken.

Hexagram 52 wordt ook gezien als twee poorten op elkaar (verdubbeling trigram Berg). Men trekt zich terug op de binnenhof, uit het zicht van de buren. Daar brengt men de wereldse ervaring tot rust en vormen zich ideeën voor een nieuwe start. Men kan dit ook lezen als pleidooi voor het houden van een retraite. De waarschuwing voor te snelle actie, heeft te maken met de functie van het stilhouden: men verzamelt weer de broodnodige energie en men laat nieuwe geestelijke kiemen opkomen. Kernwoorden bij het ‘stilhouden’: stil zitten, niets doen, energie verzamelen, nieuw impulsen laten opkomen.

Hexagram 20

Hexagram 20

Het pictogram bij hexagram 20 is wat ingewikkelder. Links staat een vogel (zilverreiger) met opengesperde ogen en rechts een mens met een inmens oog. Lavier verwijst bij het rechterdeel van dit pictogram naar de onzienlijke werkelijkheid (wou). Voigt spreekt, in zijn vertaling van de Dao De Jing, van het zijnde-zonder-vorm. Het gaat hier om een waardige vorm van kijken: gadeslaan, staren, schouwen. Je hebt vast weleens een reiger aan de waterkant zien staan. Het is een ernstige en waardige vogel die lange tijd stil in het water staat. Totdat een visje of kikker zich te dicht in zijn buurt waagt en hij ineens toehapt. Daarna keert de reiger weer terug naar de uitgangshouding en kijkt weer roerloos toe.

Boering vertelt het volgende verhaal: Als in China in de oudheid de zaken maar niet goed wilden vlotten, bouwde men in het dorp een toren. Daarna werd een speciale monnik uitgenodigd om zich over het probleem te buigen. […] De monnik nam dan plaats in die toren en aanschouwde de situatie in het dorp, totdat hij tot een conclusie was gekomen. Daarna verliet hij de toren en bracht verslag uit over de veranderingen die nodig waren om de zaken weer vlotter te laten verlopen.’ Het beeld van de reiger en dat van de monnik in de toren sluiten op elkaar aan of grijpen in elkaar. Om te kunnen schouwen is het nodig om boven een situatie uit te stijgen. Kernwoorden bij het ‘schouwen’: gadeslaan, overzicht houden, boven het probleem uitstijgen, doordringen tot de kern, innerlijk weten.

Hexagram 20 verbeeldt de wind boven de aarde. Hexagram 52 is een verdubbeling van de berg. De wind die over de aarde waait verwijst naar invloeden vanuit verre streken. De zuidenwinden brengen in de lente de eerste warmte vanuit Afrika naar Europa. Trigram wind staat voor het indringen en het onderzoeken. Trigram berg staat voor stilhouden en rust. De berg breidt zich niet uit. De berg markeert het punt waarop iets definitief wordt. De combinatie van beide hexagrammen levert een beeld op van contemplatie als een samengaan van stilhouden en doordringen tot de kern van de zaak. Het lijkt paradoxaal, contemplatie is actief (steeds verder doordringen) én passief (rust, stilhouden). Het doordringen, onderzoeken wordt mogelijk gemaakt door het stilhouden. Is dit niet een vorm van doen door niet te doen?

, , ,

No comments yet.

Geef een reactie